Ik houd van overzicht. Misschien iets té veel. Vakanties boek ik gerust een jaar van tevoren en mijn agenda is mijn houvast. Valt er een afspraak uit, dan voelt dat in eerste instantie alsof iemand een blokje uit mijn zorgvuldig gebouwde toren trekt. Mijn agenda en ik hebben, simpel gezegd, een ingewikkelde relatie.

Laatst had ik weer zo’n week die op papier perfect klopte. Alles paste. Tot maandagochtend negen uur. Eén telefoontje, één uitgelopen afspraak en één klus die “echt maar heel even” zou duren. Nog voor de koffie op was, kon mijn planning de prullenbak in. Vroeger kon ik daar flink van balen. Tegenwoordig moet ik er meer om lachen. Inmiddels weet ik dat controle fijn is, maar ook een beetje theater. Net als die net iets te lange to-do lijst, waarvan je bij voorbaat al weet dat je hem vandaag niet gaat afvinken. We doen alsof we alles kunnen overzien, terwijl het echte leven gewoon zonder overleg de planning binnenwandelt.

En misschien is dat precies waarom ik ondernemers zo interessant vind. Want ondernemen vraagt óók om plannen. Om strategie, doelen, begrotingen en richting. Maar de werkelijkheid houdt zich zelden aan een spread­sheet. Een klant stelt een andere vraag dan je had verwacht. Wetgeving verandert. Een medewerker komt met een idee waar je zelf nooit aan had gedacht. Of juist die ene kans dient zich aan op het moment dat je agenda eigenlijk al overvol is. De ondernemers die ik interview, hebben één ding opvallend vaak gemeen. Ze hebben een plan, maar durven er ook van af te wijken. Ze zijn niet stuurloos, maar wendbaar. De beste beslissingen staan lang niet altijd vooraf op papier.

Mijn agenda is inmiddels nog steeds gevuld en dat ga ik waarschijnlijk nooit loslaten. Maar ik probeer wel wat meer witruimte over te laten. Omdat juist daar vaak de mooiste gesprekken, ideeën en samen­werkingen ontstaan. Misschien is dat wel de enige vorm van controle die echt werkt: accepteren dat niet alles volgens plan hoeft te gaan. Soms zit de vooruitgang juist in die ene afslag die je niet zag aankomen.

Lot Niessen