Wethouders Wendy van Eijk en Geert Gabriëls van de gemeente Weert. Fotografie: Dion Huiberts

De ambitie van de gemeente om meer woningen op te leveren begint zijn vruchten af te werpen. Vorig jaar werden er meer dan tweehonderd woningen opgeleverd. Bouwen op basis van behoefte, tempo te houden en inspelen op duurzaamheid zijn de speerpunten. Woonwethouder Wendy van Eijk en wethouder Geert Gabriëls van Duurzaamheid geven hun visie op de toekomst van wonen.

Door Wesley Hegge

Op verschillende plekken wordt hard gewerkt aan de realisatie van woningen. Zo verrijst aan de Werthaboulevard en in Laarveld nieuwbouw, is men in Leuken gestart met de bouw van zestien volledig houten woningen en in centrum van Weert worden commerciële panden getransformeerd naar woningen. Ook buiten de stad, in het kerkdorp Swartbroek, wordt gebouwd: daar komen twaalf starters- en levensloopbestendige huizen.

Tempo houden
De woningbouw staat hoog op de politieke agenda. Zowel landelijk als bij de gemeenten. In het coalitieprogramma van het college van B&W van Weert zijn duidelijke afspraken gemaakt: bouwen op basis van behoefte en tempo houden. Net als in veel plaatsen in Nederland is er ook hier een groot tekort aan woningen. “De druk op de markt is hoog”, zegt wethouder Wendy van Eijk (Volkshuisvesting). “Er staan relatief weinig woningen te koop, de wachttijden voor een sociale huurwoning lopen op en ook in de vrije sector is er een tekort aan huurwoningen. Een project als Park Zuytwillemsvaert is een mooi voorbeeld van een ontwikkeling die hierop inspeelt. Van de ruim tweehonderd woningen is een groot deel beschikbaar voor huurders.”

Park Zuytwillemsvaert

Dat het tempo er goed in zit, bewijzen de cijfers. Er zijn in Weert vorig jaar maar liefst 204 woningen opgeleverd, tegenover 150 woningen in 2018. De stijgende lijn krijgt een vervolg: per 1 januari 2020 zijn er meer dan driehonderd woningen in aanbouw. Prognoses zijn leidend bij de bouwontwikkelingen. “Die prognoses worden jaarlijks bijgesteld. De groei is keer op keer groter dan voorgaande jaren en de krimp gaat langzamer dan eerder was voorzien. De top van het aantal huishoudens is voorzien in 2032. Een belangrijke ontwikkeling is de groei van Eindhoven. De regio groeit in economische zin sneller dan de rest van het land. Het woningtekort is groot en daarom zoeken steeds meer mensen die in Eindhoven werken een woning in bijvoorbeeld Weert.”

Op basis van behoefte
De structuurvisie Wonen Midden-Limburg geeft niet alleen weer hoeveel woningen er moeten komen, maar ook de kwaliteit die nodig is. “Het aantal jongeren daalt en er komen relatief meer ouderen bij. De belangrijkste opgave is het afstemmen van de planvoorraad op de lokale behoefte. Nieuwbouw dient zoveel mogelijk levensloopbestendig te worden gedaan.”

Als woonwethouder is Van Eijk er voor alle inwoners. “De ambitie is om voldoende woningen voor elke doelgroep te hebben. Ouderen, starters, arbeidsmigranten, studenten, woonwagenbewoners, noem het maar op. Om het bereik voor starters te vergroten, hebben we de starterslening verhoogd van 185.000 euro naar 225.000 euro. Ook kijken we naar tijdelijke woningen. Daar komt nog wel eens kritiek op, maar ik vind het een goede tussenoplossing om de druk tot 2032 te verlichten.”

Ook wonen met zorg krijgt de komende jaren meer aandacht. “Het gat tussen het thuis blijven wonen en de zware intramurale zorg is groot. “We zetten daarom in op zelfstandig wonen met zorg in de buurt. Vorig jaar is het Zorgplein Martinus opgeleverd, dat bestaat uit negen nieuwe woongroepen van in totaal 72 plaatsen, als ook onder meer ruimten voor dagbehandeling, centrale ontmoetingsvoorzieningen, revalidatiekamers en een behandelcentrum.”

Het hebben van al die woningbouwplannen is mooi, maar het belangrijkste is dat de woningen ook daadwerkelijk gerealiseerd worden. Van Eijk: “Met de herziening van bestemmingsplannen wordt onbenutte planvoorraad geschrapt. Hiermee creëren we ruimte voor nieuwe plannen die in de behoefte voorzien.”

Duurzaamheid
Er is ook aandacht voor variatie in diverse woonstijlen en duurzaamheid. De gemeente Weert heeft de ambitie om in 2040 energieneutraal te zijn. “De bouw van energie neutrale woningen helpt bij het verwezenlijken van die doelstelling”, zegt wethouder Geert Gabriëls (Duurzaamheid). “De woningen bij Laarveld fase 3 en 4 zijn gasvrij. De bestaande woningen in Weert dienen eerst aardgasvrij-proof te worden gemaakt.”

Zo moeten bijvoorbeeld eerst de muren geïsoleerd worden en lampen vervangen worden door LED-verlichting. “Het heeft geen zin om van het gas af te gaan, als de basis ontbreekt. De energiecoaches van Warm Wonen Weert helpen inwoners bij het in kaart brengen van maatregelen. De coaches lopen samen met inwoners door de woning en kijken welke energiebesparende maatregelen genomen kunnen worden. Soms kan dat al iets simpels zijn als een lamp vervangen. Enerzijds bespaart men daar geld mee, anderzijds is het noodzakelijk omdat we te maken hebben met klimaatveranderingen en daarop in moeten spelen. Die bewustwording begint door het nemen van energiebesparende maatregelen en moet ertoe leiden dat we uiteindelijk ook van het gas af gaan. Hierbij streven we ernaar om verduurzaming voor iedereen betaalbaar te houden.”

Als het over duurzaam wonen gaat, mogen de houten woningen niet onopgemerkt blijven. Van Eijk: “Bouwen met hout is in opkomst. De woningen Leuken zijn uniek, omdat ze geen toegevoegde stoffen bevatten. Zelfs geen lijm. Het hout is afkomstig uit het Duitse Zwarte Woud. De woningen vormen voor Wonen Limburg en de gemeente Weert een pilot. Er zijn al verschillende delegaties op bezoek gekomen om deze ontwikkeling van dichtbij te bekijken.”