Roy Niëns, bedrijvencontactfunctionaris gemeente Roermond en Wethouder Dirk Franssen op bezoek bij Spark Tech Lab.

Twee jaar geleden werd het BOOST-programma gelanceerd als een van de speerpunten van het coalitieakkoord 2022–2026. Inmiddels tekent zich een duidelijke koers af: meer samenhang, meer vergroening en meer vitaliteit in de Roermondse binnenstad. Wethouder Dirk Franssen vertelt hoe het gebiedsprofiel, gerichte subsidies en stevige regie op cruciale locaties zorgen voor zichtbare resultaten. ‘We zetten een transformatie in gang die verder reikt dan vier jaar.’

‘Als iets werkt, moet je er geen politiek van maken.
Dan moet je doorpakken.
Dat is precies wat we in Roermond doen.’

Wanneer wethouder Dirk Franssen terugkijkt op de start van het BOOST-programma, maakt hij meteen een belangrijke nuancering. ‘Veel mensen denken dat het programma laat op gang kwam omdat de formele lancering in november 2023 was,’ zegt hij. ‘Maar wat men vaak niet ziet: we zijn vanaf het begin van deze bestuursperiode bezig geweest om losse initiatieven te verbinden tot één samenhangende koers. Er was veel energie, maar weinig structuur. Die structuur hebben we eerst gebouwd.’ Die structuur kreeg vorm in het Gebiedsprofiel Binnenstad, een lange-termijnvisie richting 2030 die Roermond positioneert als compacte, groene en aantrekkelijke stad met ruimte voor ontmoeting, ondernemers en wonen. ‘Het gebiedsprofiel is geen papieren rapport,’ benadrukt Franssen. ‘Het is een kompas. We hebben elf prioritaire locaties aangewezen en gezegd: daar gaat het gebeuren. En vervolgens zijn we gestart om dat in de praktijk te brengen.’

Van visie naar uitvoering
Het BOOST-programma rust op drie inhoudelijke pijlers: vermindering van leegstand en vernieuwend ondernemerschap, vergroening en kwaliteitsverbetering van de openbare ruimte en stimulering van wonen boven winkels. De afgelopen twee jaar werd al zichtbaar hoe deze pijlers elkaar versterken.

‘Leegstand is een feit in middelgrote steden,’ zegt Franssen. ‘Je kunt dat ontkennen, of je kunt het aanpakken. Maar je moet méér doen dan alleen panden vullen. Wij hebben gekozen voor een combinatie: ondernemers stimuleren, gevels verbeteren, wonen toevoegen, straten vergroenen en cruciale locaties versneld aanpakken. Dat geeft momentum.’ Dat momentum werd ook zichtbaar in cijfers. In 2023 kwamen er al meer bezoekers naar de binnenstad, nog voordat de BOOST-regelingen volledig waren uitgewerkt. In 2024 daalde de leegstand van 22,5 naar ongeveer 18 procent. Het verkoop- c.q. winkelvloer-oppervlak, is in dezelfde periode gedaald van ruim 23% naar circa 15%. ‘Het gaat geleidelijk, maar het gaat wel de goede kant op wijzen de cijfers uit, binnenkort komen de cijfers inclusief 2025. En het mooie is: de bezoekers blijven langer in de stad. Dáár zit ook economische waarde.’

Vergroening als wapen tegen hitte en leegte
Een van de meest bepalende thema’s in het gebiedsprofiel is de vergroening van pleinen en straten. Niet alleen om hitte- en wateroverlast te verminderen, maar ook om verblijfskwaliteit en levendigheid te vergroten. Franssen licht vier belangrijke projecten uit:

1. Zwartbroekplein en Singelring
‘Het Zwartbroekplein is nu vooral stenig en functioneel. Dat verandert ingrijpend. We halen een rijbaan weg en creëren groene oases. Dat geeft lucht, letterlijk en figuurlijk. Ook de Singelring krijgt een enorme vergroening, als vervolg op de al aangepakte Willem II-singel. Dat wordt één doorgaande groene route, die de stad visueel én fysiek verbindt.’

2. Wilhelminaplein
Dit plein ondergaat een van de meest zichtbare transformaties. ‘Bijna de helft van de auto’s verdwijnt. We brengen op een subtiele manier de oude stadsmuur weer zichtbaar terug in het ontwerp, inclusief een torentje en een kleine verwijzing naar de historische gracht. Het geheel wordt een groen verblijfsgebied waar mensen graag zijn. Het aandeel groen stijgt met ongeveer 50 procent.’

3. Stationsplein
Het huidige plein staat bekend als ‘bakplaat’. Franssen glimlacht. ‘Dat klopt wel. Maar het nieuwe ontwerp laat zien dat een evenementenplein óók groen kan zijn. Voor bijvoorbeeld de 11de van de 11de moeten er 16.000 tot 17.000 mensen op passen. En dat blijft zo. Maar we voegen bomen toe, we creëren schaduw en we verbeteren de verblijfskwaliteit zonder dat het plein zijn andere functies verliest.’

4. Verbinding naar het Cuypershuis
Door vergroening door te trekken richting het Cuypershuis wordt een culturele as versterkt. ‘Het Cuypershuis is een parel van Roermond. De route ernaartoe moet dat ook uitstralen.’ Vergroening is volgens Franssen geen cosmetische ingreep, maar een economische strategie. ‘Een aantrekkelijke stad is een stad waar mensen willen blijven. Dat is goed voor horeca, winkels, culturele instellingen én voor wonen.’

Succesvolle subsidieregelingen: van gevels tot ondernemerschap
Tussen 2023 en midden 2025 werden 31 subsidies toegekend:
• 9 voor transformatie van commercieel naar wonen,
• 10 voor gevelverbetering,
• 12 voor onderscheidend ondernemerschap.

Alle regelingen bleken populair en effectief. ‘Kijk naar de Hamstraat,’ zegt Franssen. ‘Begin 2023 stonden daar 15 panden leeg. In mei 2025 nog maar acht. Een daling van 47 procent. Dat zie je: mensen voelen dat er iets gebeurt.’ Een voorbeeld is de Bergstraat, waar eigenaren verstandig gebruik maakten van verschillende regelingen tegelijk. ‘Ze combineerden vernieuwend ondernemerschap, gevelverbetering en wonen boven winkels. Dat is het soort stapeling dat je graag ziet: investeringen die elkaar versterken en de hele straat vooruithelpen.’ De gemeenteraad maakte in juli nieuwe middelen vrij om het subsidieprogramma voort te zetten. ‘Het werd unaniem aangenomen. Alle negen partijen zeiden: dit werkt. Dán kun je meters maken.’

Regie nemen: de doorbraak bij het V&D-pand
Het meest spraakmakende project is zonder twijfel de aanpak van het V&D-complex. Tien jaar leegstand had diepe sporen achtergelaten. Waar eerdere pogingen via marktpartijen strandden, koos de gemeente in 2025 voor een andere koers: zelf regie nemen. ‘Dat was geen makkelijke beslissing en kostte veel werk van het projectteam, maar was wel de enige juiste,’ zegt Franssen. ‘We kregen geen rijkssubsidie, terwijl vergelijkbare projecten elders wél steun kregen. Dat was en is voor ons onbegrijpelijk. Daarom hebben we zowel bezwaar aangetekend als ook de raad voorgesteld dat we zelf het initiatief nemen. Dat voorstel is bijna unaniem geaccordeerd.’ Met de verplichte Didam-publicatie in oktober, werd de markt transparant in positie gebracht, maar er kwam geen enkel bezwaar. ‘Dat geeft rust en we werken keihard door op weg naar volgende doorbraken. Een van die doorbraken is dat inmiddels op 18 december door gedeputeerde Theuns namens de Provincie Limburg en mij namens de gemeente, een Leefbaarheidsakkoord is getekend voor een Provinciale bijdrage van 1 miljoen euro in het Centrumkwartier.’

Samenwerking als succesfactor: BIZ, Streetwise en vastgoedeigenaren
Niet alleen de gemeente, maar ook ondernemers en eigenaren spelen een cruciale rol in de binnenstadstransformatie. De recente draagvlakmeting voor de Bedrijveninvesteringszones (BIZ) laat dat zien: zeven zones behaalden gemiddeld 87,6 procent steun. ‘Dat is uitzonderlijk hoog en ervaar ik als steun voor de huidige economische koers,’ zegt Franssen. ‘De BIZ Binnenstad heeft een jaarlijkse begroting van ongeveer 700.000 euro. Een deel daarvan gaat in de nieuwe biz-periode ook naar het tegengaan van leegstand hetgeen dus als multiplier fungeert en we gaan hierin samen optrekken. We hebben in de verordening opgenomen dat eigenaren van leegstaande panden mee moeten betalen. Dat geeft een noodzakelijke prikkel.’ Daarnaast werkt Roermond nauw samen met Stichting Streetwise. Een recent voorbeeld is de Schoenmakersstraat–Steenweg, waar een vastgoedeigenaar van boven de rivieren bereid is om 10 tot 15 stadsappartementen boven winkelunits te realiseren. ‘Dat is baanbrekend,’ zegt Franssen. ‘Het laat zien hoeveel potentie er zit in ruimtes boven winkels. En het toont aan dat de stad aantrekkelijk is voor investeerders die normaal vooral naar de Randstad kijken.’

De kracht van levendigheid: Spark Tech Lab als binnenstaddynamo
Niet alle impulsen in de binnenstad gaan over stenen, pleinen of subsidies. Soms zijn het juist maatschappelijke en educatieve initiatieven die onverwacht veel energie losmaken. Een van de meest veelbelovende voorbeelden is het Spark Tech Lab, gevestigd midden in de binnenstad. ‘Het Spark Tech Lab is een fantastische toevoeging,’ zegt Franssen. ‘Waar vroeger de Bart Smit zat, staat nu een toekomstgericht technologie- en innovatielab waar jeugd, onderwijs en bedrijfsleven samenkomen. Kinderen en jongeren werken er aan robotica, techniek, programmeren en maakinnovatie. Het is een plek waar talent wordt gevormd én waar ouders nieuwsgierig komen kijken.’ Dat heeft directe effecten op de binnenstad. ‘Je ziet dat een lab als dit levendigheid brengt. Kinderen komen na school, ouders lopen mee en blijven daarna op het terras zitten of doen een boodschap. Onderwijspartners investeren mee, er is structurele formatie, en de verbinding met het lokale bedrijfsleven is sterk. Zo’n voorziening kun je niet tekenen op een stedenbouwkundige kaart – maar als het er eenmaal is, maakt het de binnenstad aantoonbaar aantrekkelijker.’

Vooruitkijken naar 2030: pleinen als katalysatoren
Waar de afgelopen jaren eerst is ingezet op pleinen, behelst de volgende stap naast aanpak van de resterende pleinen ook de doorvertaling naar straten. ‘Als je een specialist vraagt om een winkelstraat te vergroenen, zegt die vaak: ‘Het kan niet, er liggen te veel kabels en leidingen.’ Dat is ook zo. Maar als je begint bij de pleinen, creëer je logische aanhechtingspunten. Van daaruit kun je langzaam de promenadegebieden vergroenen.’ Tegelijkertijd blijft wonen boven winkels een essentieel instrument. Maar transformatie naar wonen in de plint — de begane grond — moet volgens Franssen een laatste redmiddel blijven. ‘Als je die winkels eenmaal weghaalt, komen ze nooit meer terug. Wij kijken eerst of een winkelunit economisch of bouwkundig te redden is. Pas als het echt niet anders kan, kiezen we voor wonen.’

Reflectie en trots
Aan het einde van het gesprek kijkt Dirk Franssen met tevredenheid terug. ‘We maken fouten, we leren elke dag. Maar wat er in vier jaar in gang is gezet en daarbij met volledige commitment van alle betrokken ambtenaren en externe partijen — met projecten van in totaal 20 tot ruim 30 miljoen euro, bijna allemaal unaniem gesteund door de gemeenteraad — dat maakt mij trots. Geen politiek gedoe, maar samen werken aan een betere stad. Dáár doe je het voor.’

www.roermond.nl

Tekst Bart Maes | Fotografie: Jeroen Kuit