Oude wijn in nieuwe zakken of nieuwe wijn in oude zakken? Box 3 slokte de afgelopen jaren zeer veel fiscale aandacht op en is net als Star Wars of The Fast and the Furious: the story continues… and continues… dus ik ontkom er niet aan om er nu ook weer iets over te schrijven. Deze keer wel met een positievere noot dan in mijn vorige artikelen.
De Tweede Kamer is hier vlak voor het kerstreces via een amendement echter voor gaan liggen waardoor deze zeer omstreden extra lastenverzwaring in box 3 gelukkig niet doorgaat. De recente uitpondgolf van huurwoningen door particuliere beleggers was een belangrijk argument voor een meerderheid van de Kamer om het kabinetsvoorstel weg te stemmen. De hoge belastingdruk in box 3 wordt namelijk vaak als reden voor de verkopen gegeven. Het forfaitaire rendement op overige bezittingen bedraagt dit jaar 6% en het heffingsvrije vermogen is € 59.357.
Nederland zou Nederland niet zijn als deze wijziging niet budgettair neutraal moet plaatsvinden. Met andere woorden: de gemiste box 3 inkomsten tot 2028 (volgens Financiën naar verwachting € 2,55 miljard) moeten op een andere manier worden terugverdiend. De alternatieve dekking zal betaald moeten gaan worden door de belastingplichtigen met geen of nauwelijks hypotheekschuld. Deze groep heeft nu recht op een aftrekpost vanwege geen of een kleine eigen woningschuld (Wet Hillen). Deze werd al jaarlijks afgebouwd maar de afbouw zal nu worden versneld, zodat deze in 2041 uitgefaseerd is.
Over de eigen woningschuld gesproken. Traditioneel een van de belangrijkste (pijn)punten tijdens verkiezingen en kabinetsformaties. Terwijl ik dit artikel schrijf, heeft informateur Letschert de formatie net weer hervat na het kerstreces. De basis van de formatiegesprekken is de op 2 december 2025 gepresenteerde ‘inhoudelijke en ambitieuze agenda van de facties D66 en CDA’. Hierin wordt onder meer gesproken over het geleidelijk afbouwen van de hypotheekrenteaftrek.
Stel dat ons nieuwe kabinet inderdaad besluit om de hypotheekrenteaftrek (nog meer) af te bouwen (aftrek tegen het hoogste belastingtarief is immers al lang niet meer mogelijk) of zelfs af te schaffen dan zou de eigen woning vanaf 2028 het enige vermogensbestanddeel zijn zonder renteaftrek.
Want wat is het geval? Vanaf 2028 komt er namelijk een nieuwe box 3 gebaseerd op het werkelijke rendement. In de nieuwe box 3 zijn alle renten van schulden van box 3 vermogen aftrekbaar. Het maakt niet uit of de schuld is aangegaan voor de aanschaf van een tweede woning, de aankoop van effecten, een boot of een sportauto, alle rente is aftrekbaar tegen het box 3 tarief van 36%. Behalve de rente over de eigen woningschuld, deze zit namelijk in box 1 en wordt, afhankelijk van de keuzes die het nieuwe kabinet hierover gaat maken, dus mogelijk beperkt of in het ergste geval helemaal niet meer aftrekbaar.
Ik ben toch wel erg benieuwd hoe de politici kunnen verdedigen dat consumptieve rente straks wel aftrekbaar is, maar hypotheekrente niet (volledig).
Overigens is de nieuwe box 3 mogelijk wel een oplossing voor het (wellicht onbekende) zwaard van Damocles dat op dit moment boven menig eigenwoningbezitter hangt. Bij de introductie van de Wet op de Inkomstenbelasting 2001 is namelijk bepaald dat de hypotheekrente maximaal 30 jaar aftrekbaar is. Een snelle rekensom leert dus dat belastingplichtigen die voor 2001 al een eigen woning lening hadden, vanaf 2031 geen box 1 hypotheekrenteaftrek meer krijgen over de rente die ziet op (dat deel van) die lening. In de parlementaire geschiedenis bij de totstandkoming van de Wet op de Inkomstenbelasting 2001 is aangegeven dat de eigen woning lening na het verstrijken van de dertigjaarstermijn naar box 3 verschuift. In de nieuwe box 3 is de rente zoals hierboven reeds aangegeven vervolgens weer gewoon aftrekbaar. Om in de woorden van Johan Cruijff te spreken: ieder nadeel heb zijn voordeel!
Waar de extra lastenverzwaring in box 3 via een amendement is tegengehouden is dit bij de pseudo-eindheffing op (niet-elektrische) leaseauto’s helaas niet gelukt.
Vanaf 1 januari 2027 moeten werkgevers 12% extra loonheffing gaan afdragen over de catalogusprijs (bij auto’s tot en met 25 jaar oud) of over de marktwaarde (bij auto’s ouder dan 25 jaar) van alle niet elektrische personenauto’s die ook privé worden gebruik waarbij woon-werk verkeer (net als bij de btw) ook als privé gebruik wordt aangemerkt! Deze loonheffing mag niet worden doorberekend aan de werknemers.
Er geldt een overgangsregeling voor lopende leasecontracten die voor 1 januari 2027 worden afgesloten. Voor deze auto’s gaat de extra belasting pas in vanaf 17 september 2030.
Sluit u normaliter leasecontracten af voor een periode van 4 jaar en wilt u de pseudo-eindheffing vanaf 17 september 2030 graag voorkomen, dan zult u vanaf 17 september a.s. al uw werknemers moeten gaan verplichten om een elektrische lease auto te bestellen.
Bij lopende leasecontracten die voor 5 jaar zijn afgesloten, kan dit betekenen dat over het laatste gedeelte van het contract pseudo-eindheffing betaald moet worden. In dat geval zou u kunnen overwegen om (indien mogelijk) de contractduur te verkorten.
Wat gaat deze pseudo-eindheffing uw bedrijf kosten?
Stel u heeft vijf leaseauto’s met een gemiddelde catalogusprijs van € 40.000. Extra belasting per auto: € 4.800 per jaar. Totale extra kosten: € 24.000 per jaar. Extra kosten over totale leaseperiode (stel 4 jaar): € 96.000.
Bij niet tijdig anticiperen op deze regeling zullen de (niet-elektrische) heilige koeien in uw wagenpark dus allemaal (hele dure) melkkoeien worden!
Leuker kunnen we het niet maken…
Vincent Theunissen
senior belastingadviseur
www.smitsvandenbroek.nl























