Opinie

Het bisdom Roermond vernieuwt zijn parochiestructuur. Daarna worden ook de grenzen van de dekenaten opnieuw bekeken. Tegen die achtergrond gaat het gerucht dat Weert zou opgaan in een ander dekenaat. Een officieel besluit daarover staat niet in de gepubliceerde beleidsbrief. Juist nu de afweging nog moet worden gemaakt, verdient het behoud van Weert als dekenaat een overtuigend pleidooi.

De koers van het bisdom is duidelijk. In de op 28 mei gepubliceerde plannen schetst bisschop Ron van den Hout de overgang van ongeveer zestig parochiefederaties naar circa veertig fusieparochies. De gewenste parochiestructuur moet in 2030 staan. Vervolgens komt de indeling van de dekenaten aan de orde. De beleidsbrief houdt uitdrukkelijk rekening met samenvoegingen wanneer de bestaande grenzen niet meer passen. Weert wordt daarbij niet afzonderlijk genoemd.

Dat onderscheid is wezenlijk. Een gerucht is geen besluit en een herindeling betekent niet automatisch dat Weert zijn positie verliest. Maar wachten tot de nieuwe kaart is getekend, zou onverstandig zijn. Het gesprek over de toekomst van het dekenaat hoort nu plaats te vinden.

Voor ondernemers en bestuurders is de noodzaak van verandering herkenbaar. Wanneer inkomsten teruglopen en mensen schaars worden, moeten organisaties hun werkwijze aanpassen. Ook de Kerk kan zich daaraan niet onttrekken. Het bisdom beschrijft de financiële kwetsbaarheid van parochies en stelt terecht eisen aan vrijwilligerspotentieel, bestuurskracht en pastorale bezetting.

Een pleidooi voor Weert moet daarom verder gaan dan de wens alles bij het oude te laten. Het moet laten zien waarom juist hier een herkenbaar kerkelijk aanspreekpunt voor de regio waardevol blijft.

Weert heeft daarvoor een bijzondere historische uitgangspositie. De oorsprong van het dekenaat ligt rond 1569. Volgens historicus L.J. Rogier behoorde Weert tot de negen dekenaten waarin bisschop Wilhelmus Lindanus het eerste bisdom Roermond indeelde. Daarmee gaat de dekenale geschiedenis ongeveer 457 jaar terug. De recentere archiefinventaris van G.H.A. Venner plaatst de vorming van deze dekenaten kort na 1569.

Ook bij latere veranderingen behield Weert een herkenbare positie. In december 1839 vroegen de dekens van Roermond, Weert en Venlo gezamenlijk om een eigen Limburgs bisdom. De deken van Weert zat daarmee aan tafel bij de herinrichting van katholiek Limburg.

Daar komt een gegeven bij dat in een nieuwe discussie niet mag ontbreken. Op 13 januari 1956 werden de dekenaten Heythuysen en Thorn opgericht. Het bestaande dekenaat Weert stond daarvoor een aanzienlijk deel van zijn gebied af. Onder meer Heythuysen, Baexem, Leveroy en Roggel gingen naar Heythuysen; onder andere Ell, Grathem, Hunsel en Neeritter naar Thorn.

Mocht de beperkte omvang van Weert straks als argument voor samenvoeging worden gebruikt, dan verdient die voorgeschiedenis nadrukkelijk een plaats in de afweging. De omvang van een dekenaat is mede het resultaat van eerdere bestuurlijke keuzes. Zij zegt op zichzelf onvoldoende over zijn betekenis of toekomstmogelijkheden.

Historie alleen kan behoud echter niet dragen. De sterkste argumenten moeten ook betrekking hebben op de komende decennia. Hoe kan een dekenaat Weert bijdragen aan bereikbare pastorale zorg? Hoe ondersteunt het vrijwilligers en parochiebesturen? Welke rol kan het spelen in de contacten met maatschappelijke organisaties, gemeenten en erfgoedpartners?

Ook voor het bredere regionale leven zijn dat relevante vragen. De zorg voor monumentale kerkgebouwen, de inzet van vrijwilligers en het behoud van ontmoetingsplekken raken meer mensen dan alleen de regelmatige kerkganger. Een herkenbare gesprekspartner kan daarbij helpen. Die mogelijke meerwaarde behoort even serieus te worden onderzocht als de besparing die een samenvoeging zou opleveren.

Het bisdom biedt daarvoor zelf aanknopingspunten. De beleidsbrief vraagt om maatwerk voor centrumkerken met regionale aantrekkingskracht. Ook benadrukt zij dat de vernieuwing gezamenlijk met de betrokken gemeenschappen vorm moet krijgen. Dat geeft aanleiding om voor Weert een toekomstvoorstel uit te werken waarin regionale betekenis, uitvoerbaarheid en lokale betrokkenheid samen worden beoordeeld.

Zo’n voorstel kan ruimte bieden aan gezamenlijke administratieve ondersteuning, gedeelde deskundigheid en intensievere samenwerking met omliggende gebieden. Onderzoek daarbij nadrukkelijk hoe Weert als dekenale hoofdplaats behouden kan blijven, eventueel met aangepaste grenzen. Maak inzichtelijk welke personele en financiële voorwaarden daarvoor nodig zijn.

De oproep aan het bisdom is daarom helder: geef behoud van het dekenaat Weert een volwaardige plaats tussen de toekomstscenario’s. Betrek parochies, vrijwilligers en regionale partners voordat grenzen worden vastgelegd. Onderbouw de uiteindelijke keuze met meer dan aantallen en omvang.

Na ruim vierenhalve eeuw verdient Weert een serieuze kans om zijn dekenale rol voort te zetten. Geef die geschiedenis betekenis door haar te verbinden met een werkbare toekomst.

Bart Maes, hoofdredacteur Zakenblad