De cao-lonen per uur, inclusief bijzondere beloningen, lagen in Nederland in het derde kwartaal van 2026 gemiddeld 4,0 procent hoger dan een jaar eerder. Een jaar daarvoor bedroeg de stijging 4,6 procent. Het CBS noemt de cijfers over het derde kwartaal van 2026 voorlopig.
Bouw en zakelijke diensten bovenaan
In de bouwnijverheid en de specialistische zakelijke dienstverlening stegen de cao-lonen met 5,0 procent. In de financiële dienstverlening was dat 4,9 procent. De horeca kende met 2,9 procent de laagste stijging van de onderscheiden bedrijfstakken. Bij particuliere bedrijven als geheel bedroeg de stijging 4,1 procent.
Koopkrachtberekening nog voorlopig
Na correctie voor inflatie komt de reële cao-loonontwikkeling volgens het CBS uit op 0,8 procent. Ook dit is voorlopig: bij publicatie was het inflatiecijfer voor september nog niet volledig beschikbaar. De berekening was gebaseerd op de prijsontwikkeling in juli en augustus.
Cao-lonen meten afspraken in collectieve arbeidsovereenkomsten. Ze beschrijven niet één op één de feitelijk betaalde lonen bij ieder bedrijf. Voor werkgevers vormen de landelijke cijfers een referentie bij arbeidsvoorwaarden; ze zeggen niets over de loonontwikkeling van een afzonderlijke onderneming in Midden-Limburg of Venlo.
Bron: CBS, Cao-lonen in derde kwartaal 4,0 procent gestegen, 1 oktober 2026. Meetperiode: derde kwartaal 2026 tegenover derde kwartaal 2025; voorlopige cao-looncijfers per uur inclusief bijzondere beloningen.