Gemiddeld eindigde in 2025 per kwartaal de baan van 618.000 werknemers van 15 tot 75 jaar. In 2022 waren dat er 677.000. Het CBS rekent hierbij zowel vertrek op eigen initiatief als beëindiging door de werkgever mee. Het gaat dus nadrukkelijk niet om 618.000 gedwongen ontslagen.
Andere verdeling van vertrekredenen
Een nieuwe baan of de start van een eigen bedrijf bleef de meest genoemde reden. Het aandeel daalde van 42,3 procent in 2022 naar 37,7 procent in 2025. Bedrijfseconomische redenen en arbeidsconflicten samen stegen van 4,9 naar 8,1 procent. Het einde van een tijdelijk contract bleef vrijwel gelijk: 14,6 procent.
Niet iedereen krijgt dezelfde vraag
De percentages hebben betrekking op de groep waarvoor de belangrijkste vertrekreden bekend is. Voormalige stagiairs krijgen deze vraag niet. Daarom zijn de aandelen niet zonder meer te vermenigvuldigen met alle 618.000 vertrekkers.
Landelijk beeld voor werkgevers
De uitkomsten helpen onderscheid te maken tussen vrijwillig personeelsverloop en baanverlies. Ze zijn geen maatstaf voor de situatie bij een afzonderlijk bedrijf en geven geen uitsplitsing voor Midden-Limburg of Venlo.
Bron: CBS, publicatie van 24 september 2026, gebaseerd op de Enquête Beroepsbevolking. Zie ook de toelichting op de onderzochte groep. Meetjaren: 2022 en 2025.