Het college van de gemeente Heerlen weigert een omgevingsvergunning voor het afwijken van het vigerende bestemmingsplan. Initiatiefnemer heeft een aanvraag gedaan voor het vestigen van detailhandel op een perceel. Volgens het college komt de initiatiefnemer, onder andere, geen beroep op het overgangsrecht toe.

De initiatiefnemer is van mening dat wél een geslaagd beroep op het in de planregels opgenomen gebruiksovergangsrecht kan worden gedaan. Volgens een eerdere uitspraak van de Afdeling (ECLI:NL:RVS:2011:BQ2631) dient voor een geslaagd beroep voldoende aannemelijk te zijn gemaakt dat “dat het strijdige gebruik, na het tijdstip waarop het bestemmingsplan rechtskracht heeft verkregen (de peildatum), bestond en ononderbroken is voortgezet”. Verder verwijst initiatiefnemer naar een andere uitspraak van de Afdeling (ECLI:NL:RVS:2005:AU0092), waarin is overwogen dat “een onderbreking van het strijdige gebruik op zichzelf niet betekent dat dit gebruik, na de hervatting daarvan, niet kan worden aangemerkt als voortgezet gebruik”. Dit dient beoordeeld te worden aan de duur en de oorzaak van een dergelijke onderbreking. Ook de intentie om het bestaande gebruik weer voort te zetten speelt hierbij een rol.

In dit geval is volgens initiatiefnemer kort sprake geweest van een onderbreking van voorgezet gebruik. Het pand heeft niet lang leeggestaan, want in de afgelopen jaren hebben twee verschillende bedrijven zich hier gevestigd. Daarnaast stelt initiatiefnemer dat de eigenaar van het perceel niet bekend was met de gevolgen van leegstand voor het gebruik van het overgangsrecht. Tevens doet de eigenaar zijn uiterste best om het pand weer voor detailhandel te verhuren. De Afdeling volgt hier haar eerdere uitspraken en oordeelt dat het gebruiksovergangsrecht inderdaad afhankelijk is van voorgezet gebruik en dat een onderbreking van strijdig gebruik op zichzelf niet betekent dat hiervan geen sprake is. Echter, in dit geval oordeelt de Afdeling dat de initiatiefnemer geen geslaagd beroep kon doen op het overgangsrecht, gelet op de duur van drie jaar leegstand.